Ongeveer anderhalf jaar geleden ben ik in aanraking gekomen met het fenomeen 'Lomografie'. Deze vorm van fotografie is nog niet zo oud en is direct gelinkt aan analoge fotocamera's. Een lomo camera is een simpele analoge camera (vaak met het uiterlijk van een plastic, toycameraatje). Tegenwoordig heb je van de originele Lomocamera (de LC-A) vele varianten. Zelf heb ik sinds deze zomer de Diana Mini.
Dit is de kleine versie van de Diana F+. Het handige van mijn camera is dat je deze gemakkelijk kan meenemen (tenzij je de flitser ook meeneemt ;)). Hij past handig in je tas en hiermee is het gemakkelijk om overal en anytime kiekjes te maken.
Lomo foto's staan bekend om hun 'retro' look. Korrelig, soft, felle kleuren, flets, kleurenvervormingen, Double exposures en ga zo maar door. De effecten bereik je vaak door toeval maar kunnen ook met opzet worden bereikt, vaak dmv bepaalde simpele trucjes.
De tien gouden regels van de lomografie:
- Neem je camera overal mee naartoe;
- Gebruik 'm altijd, dag en nacht;
- Lomografie is een deel van je leven;
- Oefen met opnames uit de losse hand;
- Ga zo dicht mogelijk bij het onderwerp staan;
- Denk niet na;
- Wees snel;
- Je hoeft niet van tevoren te weten wat er op de foto staat;
- Achteraf trouwens ook niet;
- Maak je niet druk over deze regels.
Hier mijn beste foto's van mijn eerste twee fotorolletjes
Double exposure (naast elkaar)

Double exposure (overlapping)





0 reacties:
Een reactie posten